InvestAI, AI-fabrieken en AI-gigafabrieken: de Europese opbouw van rekenkracht

De grootste gok in het huidige Europese technologiebeleid is geen verordening. Het is een poging om zóveel AI-rekenkracht in Europa neer te zetten dat Europese bedrijven die niet allemaal elders hoeven te huren.
InvestAI wil 200 miljard euro mobiliseren voor AI-investeringen in de EU, waaronder een Europees fonds van 20 miljard euro voor AI-gigafabrieken. Of dat kopcijfer werkelijkheid wordt, is een terechte vraag. Wat er in de praktijk al gebeurt, is concreter en direct bruikbaarder.
De drie lagen
Het verwarrende is dat er meerdere dingen met vergelijkbare namen bestaan die heel verschillend werk doen. Samen vormen ze een grove hiërarchie.
EuroHPC-supercomputers
De bestaande basislaag. Europese supercomputers die via de gemeenschappelijke onderneming EuroHPC zijn aangeschaft en worden beheerd, waarvan sommige tot de snelste ter wereld behoren. Gebouwd voor wetenschappelijk rekenwerk, en steeds vaker gebruikt voor AI. Meer daarover in onze gids voor EuroHPC.
AI-fabrieken
Voor AI geoptimaliseerde rekenkracht die aan supercomputinglocaties van EuroHPC hangt, samen met de diensten eromheen: gegevensverwerking, ondersteuning bij het trainen van modellen, expertise, en toegang voor startups en mkb'ers.
Het gaat vooral om dat tweede deel. Een AI-fabriek is meer dan een stapel GPU's. Het is een faciliteit met de opdracht om die rekenkracht bruikbaar te maken voor bedrijven die zoiets zelf nooit zouden kunnen draaien, met ondersteunend personeel dat u helpt een trainingsrun ook echt aan de praat te krijgen.
Er staan in heel Europa ten minste 19 AI-fabrieken gepland, waarvan er 13 operationeel moeten worden.
AI-gigafabrieken
De nieuwe en veel grotere laag. Faciliteiten op een schaal die bedoeld is om grensverleggende modellen te trainen, met rekenkracht die ruwweg een orde van grootte boven die van de AI-fabrieken ligt.
Er zijn er maximaal vijf voorzien. De publieke toezegging bedraagt ongeveer 10 miljard euro, bedoeld om ten minste 20 miljard euro aan private investering aan te trekken, en begin 2026 werd bericht over ongeveer 37 miljard euro voor tien kandidaatfaciliteiten in zeven landen.
De bedragen schuiven heen en weer omdat toegezegd publiek geld, verwachte private co-investering en nationale bijdragen door elkaar lopen, en omdat verschillende aankondigingen verschillende dingen meetellen. Neem de kopcijfers dus als richting, niet als bedrag.
Waarom dit er is
Er zijn drie redenen, en het loont daar helder over te zijn, want die redenen verklaren waar de faciliteiten straks voorrang aan geven.
Capaciteit. Grote modellen trainen en draaien vraagt om rekenkracht op een schaal die in Europa niet bestond. Bedrijven die hier een serieus model wilden trainen, hadden weinig keuze.
Afhankelijkheid. Het strategische argument. Rekenkracht is infrastructuur, infrastructuur geeft macht, en Europa heeft daar bitter weinig van in handen. Dit is dezelfde redenering als achter de Cloud and AI Development Act.
Scheve toegang. Zelfs waar rekenkracht bestaat, zit die toegang geconcentreerd. Een Europese startup concurreert om capaciteit met kopers die veel meer koopkracht hebben. AI-fabrieken zijn er expliciet op ontworpen capaciteit voor de kleinere spelers vrij te houden.
Wat dit betekent als u geen datacenter bouwt
De meeste bedrijven die dit lezen zullen nooit inschrijven om een gigafabriek te exploiteren. De nuttige vraag is hoe u gebruikmaakt van wat er gebouwd wordt.
Toegang tot de rekenkracht van AI-fabrieken
Dit is de praktische kans, en er wordt te weinig gebruik van gemaakt. AI-fabrieken bestaan mede om startups, mkb'ers en onderzoekers toegang te geven tot serieuze rekenkracht. Die toegang loopt doorgaans via oproepen en aanvraagprocedures en niet via een creditcard, en de prijs voor gebruikers die in aanmerking komen ligt ver onder de commerciële tarieven.
Hebt u een werklast die werkelijk aan rekenkracht vastzit, zoals modellen trainen of finetunen op een schaal waarop GPU-kosten in de cloud pijn gaan doen, dan loont het dit uit te zoeken voordat u ervan uitgaat dat een hyperscaler de enige optie is.
De keerzijden zijn reëel. U krijgt niet meteen toegang, de omgevingen zijn HPC-omgevingen en geen beheerde cloud, en heeft uw werklast elastische capaciteit op afroep nodig, dan past dit slecht. Voor geplande grote trainingsruns kan het aanzienlijk goedkoper zijn.
Het gat zit in de softwarelaag
Hier past één observatie. De hardware bouwen is een kapitaalprobleem, en daar geeft Europa nu geld aan uit. Die hardware bruikbaar maken is een softwareprobleem, en daar gaat veel minder geld naartoe.
HPC-omgevingen zijn onvriendelijk voor teams die alleen beheerde clouddiensten kennen. Taakplanners, modulesystemen, gedeelde bestandssystemen, MPI en wachtrijbeleid zijn een andere wereld dan een Kubernetescluster met objectopslag. Tussen een trainingsscript dat werkt op een cloud-GPU en diezelfde taak die efficiënt draait op een HPC-toewijzing zit echt engineeringwerk.
Dat gat is een kans voor iedereen die het kan overbruggen, en een reële kostenpost voor iedereen die deze faciliteiten wil gebruiken zonder daar rekening mee te houden.
De locatie van uw data verandert wat mogelijk is
Voor bedrijven met gegevens die de EU niet zomaar mogen verlaten, of dat nu om de AVG gaat, om sectorale regels of om contractuele toezeggingen, verandert Europese rekenkracht wat architectonisch mogelijk is. Trainen op gevoelige gegevens in een faciliteit binnen de EU en onder EU-jurisdictie is iets heel anders dan diezelfde gegevens naar het buitenland sturen.
Zorg, publieke sector en financiële dienstverlening zijn de voor de hand liggende gevallen, en het zijn ook precies de sectoren waar de AI-fabrieken aparte aandachtsgebieden voor hebben.
Hoe u werkelijk toegang krijgt
Zoek de AI-fabriek die het dichtst bij uw domein staat, niet bij uw locatie. Ze zijn gespecialiseerd. Sommige richten zich op zorg, andere op industrie, weer andere op taal en meertalige AI. De juiste voor u staat misschien niet in uw eigen land.
Kijk naar de toegangsoproepen van EuroHPC. Die kennen meerdere sporen, waaronder een paar specifiek voor mkb'ers en startups, met verschillende toewijzingsomvang en verschillende beoordelingsprocedures. Sommige daarvan zijn licht.
Kijk of een digitale-innovatiehub kan bemiddelen. EDIH's, die we beschrijven in onze gids voor het programma Digitaal Europa, hebben vaak contacten met aanbieders van rekenkracht en kunnen mkb'ers helpen de weg te vinden.
Begroot het overzetwerk. Heeft uw team nog nooit op HPC gedraaid, ga dan uit van serieus engineeringwerk om een werklast efficiënt draaiend te krijgen. De rekenkracht is misschien goedkoop. Op het punt komen dat u die kunt gebruiken, is dat niet.
Een eerlijke beoordeling
Enige scepsis is terecht, en u kunt die maar beter expliciet benoemen.
In de kopcijfers zit veel privaat geld waar alleen nog op gehoopt wordt. 200 miljard euro gemobiliseerd is niet 200 miljard euro toegezegd. Het publieke deel is echt en veel kleiner.
Rekenkracht bouwen levert nog geen modellen op. De Europese achterstand in grensverleggende AI is niet alleen een tekort aan rekenkracht. Het gaat ook om concentratie van talent, om kapitaalmarkten en om het feit dat de toonaangevende labs elders zitten. Rekenkracht is noodzakelijk, maar niet voldoende.
Grote faciliteiten hebben lange doorlooptijden. Datacenters van deze omvang kosten jaren, en op verschillende kandidaatlocaties is de beschikbaarheid van stroom een harde beperking. Aangekondigde capaciteit en beschikbare capaciteit zijn twee verschillende dingen.
Chips blijven een afhankelijkheid. De versnellers in deze faciliteiten worden grotendeels niet in Europa gemaakt, en dat is precies wat de chipverordening op een veel langere termijn probeert aan te pakken.
Niets daarvan maakt het programma zinloos. Het maakt er een infrastructuurzet voor de lange termijn van, waarvan het voornaamste voordeel op korte termijn voor gewone bedrijven bestaat uit toegang tot rekenkracht tegen scherpe prijzen, en niet uit het ontstaan van een Europees grensverleggend lab.
Wat u eraan kunt doen
Traint of finetunet u modellen op enige schaal, steek er dan een middag in om uit te zoeken hoe u toegang krijgt tot een AI-fabriek. Het kostenplaatje kan bijzonder gunstig uitpakken, en de meeste bedrijven hebben er nooit naar gekeken.
Ontwerpt u nu een AI-product, leg dan een abstractielaag over uw modelaanbieder. Het kost bijna niets en het houdt de optie open om later naar Europese infrastructuur te verhuizen. Dat is precies wat de Cloud and AI Development Act om beleidsredenen aanbeveelt en wat commercieel gezond verstand sowieso ingeeft.
Hebt u onderzoek dat vastloopt op rekenkracht, kijk dan naar de toegangsroutes van EuroHPC voordat u ervan uitgaat dat cloud het antwoord is.
Waar dit past
Het volledige financieringslandschap staat in onze gids voor EU-technologiefinanciering. De rekeninfrastructuur eronder staat in onze gids voor EuroHPC, de chips daar weer onder in onze gids voor de chipverordening, en de regels voor wat u erbovenop bouwt in onze gids voor AI-verordening en transparantie.
Hulp krijgen
Wij bouwen AI-functies en dataplatforms voor bedrijven die in Europa actief zijn, inclusief de weinig spectaculaire onderdelen: trainingswerklasten efficiënt draaiend krijgen, modelaanbieders abstraheren zodat wisselen mogelijk blijft, en de datapijplijnen bouwen die toegang tot rekenkracht nuttig maken in plaats van theoretisch.
Overweegt u Europese rekenkracht voor een werklast en wilt u een realistisch beeld van wat het overzetten gaat kosten, schrijf dan naar office@c9group.dev. Meer over ons werk op de pagina AWS-kostenoptimalisatie en de pagina EU-markttoetreding.